Archief

De markten voor bancaire producten op de verschillende eilan­den van de Dutch Caribbean worden veelal bediend door dezelfde aan­bieders (banken), en zelfs de marktaandelen verschil­len niet heel wezenlijk van eiland tot eiland.

,,Er bestaan in de markt voor bancaire producten verschillen­de verstoringen van de concur­rentie”, stelden Koert van Bui­ren, hoofd Markt & Overheid bij SEO Economisch Onderzoek, en Cees van Gent, die als advi­seur is verbonden aan dezelfde organisatie, onlangs in een serie van drie delen over concurren­tiebeleid in deze krant. Beide deskundigen doen onderzoek naar de situatie op de eilanden en geven de overheid advies over effectievere concurrentie en een mededingingsinstituut.

De prijzen van bancaire pro­ducten zijn volgens hen vanwe­ge gebrek aan statistische infor­matie moeilijk te vergelijken met andere landen in de regio. Op Aruba is de rente spread – het verschil in de rente die een con­sument betaalt bij geld lenen en die hij ontvangt bij geld sparen – op Haiti en Jamaica na, ‘het hoogste van het Caribisch ge­bied’. Zij zeggen zich te baseren op informatie van de Wereld­bank. Het Antilliaans Dagblad berichtte vorige maand op basis van gegevens van de Centrale Bank van Aruba (CBA) dat de rentemarge op Aruba 7,7 procent bedraagt.

Van Buiren en Van Gent schatten in dat ‘dit beeld hetzelf­de is voor Curaçao en Sint Maar­ten’. Zoals elders bericht in deze editie is de rente spread, ofwel rentemarge, op Curaçao en Sint Maarten met 6 procent toch 1,7 procentpunt lager dan op Aruba.

,,Hoewel de relatief hoge loonkosten op onze eilanden hiervoor een gedeeltelijke ver­klaring vormen, laat een studie van de Centrale Bank van Oost­munt (de Antilliaans gulden op Curaçao en Sint Maarten en de Arubaanse florin) heeft zo zijn voordelen, vervolgen de specia­listen van SEO Economisch Onderzoek. ,,Niet in de laatste plaats voor de banken zelf.”

Maar de restricties die daarmee gepaard gaan op het kapitaalver­keer, zorgen er volgens hen voor dat bedrijven en consumenten voor financiering vaak aangewe­zen zijn op de lokale banken en dat toetreding van buitenlandse banken wordt bemoeilijkt. ,,En dat beperkt ook de mogelijkhe­den voor goede concurrentie.”

Inventarisatie bij Banken

De PSB Bank (voorheen Post­spaarbank) kondigde onlangs in advertenties aan de spaarrente te hebben verlaagd tot 2,25 procent. PSB Bank stond altijd be­kend als de bank met de relatief hoogste spaarrente. Het Antilli­aans Dagblad inventariseerde bij de diverse lokale bankbedrijven welke rentepercentages zij doorgaans hanteren. Gevraagd werd naar de:

  • spaarrente (spaarbankboekje);
  • rente op termijndeposito’s (voor kortere en langere tijd en voor zowel lagere als hogere de­posito bedragen);
  • rente voor hypotheekleningen;
  • rente op bedrijfsleningen voor investeringen;
  • rente op overbruggingskrediet voor bedrijven.

De krant ontving vrijwel di­rect de volledige medewerking van de meeste banken, nadat verschillende bankiers wel eerst om een nadere toelichting ver­zochten over het doel en de aard van het geplande artikel. Ook waren er banken bij die aange­ven dat de percentages die zij en hun concurrenten opgeven (lang) niet altijd ook de rentes zijn die na onderhandeling tot stand komen. Dat is voorname­lijk het geval bij bedrijfsleningen en -kredieten – dan gaat het om factoren als risico, geboden ze­kerheid en bijvoorbeeld de cash­flow projecties – maar ook de ren­tevergoeding voor deposito’s is afhankelijk van de duur, de inleg en ook de dient.

Spaarrente

De hoogte van de spaarrente va­rieert nogal. PSB Bank hanteert het tarief van 2,25 procent en dat doet ook CIBC FirstCarib­bean, alsmede Orco Bank (voor particulieren; op zakelijke spaar­rekeningen bedraagt de rente i procent). Bij de Girobank kan het percentage variëren van 1,5 tot 3,5 procent. SFT Bank biedt een spaarrente van i procent. RBC geeft aan dat jongeren voor 2,5 procent kunnen sparen, dat de multiplier savings account afhankelijk van saldo 0,75 tot 1,5 procent biedt, maar een reguliere spaarrekening op 0,75 procent zit. Banco di Caribe hanteert i procent voor ‘retail clients’. En MCB betaalt op spaarrekeningen, “waarbij het geld er elk moment weer vanaf kan worden gehaald”, voor particulieren 1 procent en commercieel voor bedrijven 0,1 procent.

Termijndeposito ‘s

De rente op termijndeposito’s is natuurlijk vooral afhankelijk van (de hoogte van) het bedrag en de ‘termijn’ ofwel duur dat het geld wordt vastgelegd. Verschillende banken waarschuwen er daarom voor ervoor te waken niet ‘appels met peren’ te vergelijken. Bij CIBC FirstCaribbean varieert de rente van 1 procent (een jaar en tot een ton) tot 2,8 procent (vijf jaar en vanaf twee ton tot een miljoen). Banco di Caribe geeft op dat het voor een jaar ligt tus­sen 1,25 en 2 procent en voor vijf jaar tussen 2,5 en 3,5 procent. MCB keert op een deposito van een jaar 0,25 procent uit en voor twee jaar 1,5 procent, terwijl vijf jaar 2 procent oplevert. SFT han­teert 1,75 procent (een jaar) en 4 procent (vijf jaar). Orco Bank doet bij een depositie van een jaar hetzelfde, namelijk 1,75 procent, maar bij vijf jaar geeft deze bank 3,5 procent. Bij RBC kan het gaan om 0,25 procent (drie maanden) tot 2 procent (vijf jaar), maar het zogeheten ‘insu­red savings plan’ voor drie, vijf en tien jaar biedt 5 tot 6 procent. Girobank betaalt op deposito’s 1,25 procent (een jaar), 2 procent (twee jaar), 3,25 procent (drie jaar), 3,75 procent (vier jaar) en 4 procent (vijfjaar).

Hypotheeklening

De te betalen rente bij het aan­gaan van een hypotheeklening is tussen de 5,5 tot circa 8 procent. RBC zegt klanten ‘aantrekke­lijke rentetarieven aan te bieden tussen 5,49 en 6 procent’ en ‘regelmatig kunnen klanten tevens genieten van een verlaagde hypotheekrente tijdens de hypotheek campagnes’. FirstCaribbe­an gaat uit van 5,75 procent (een jaar vast). Banco di Caribe zet de hypotheekleningen uit tussen 6 en 7 procent. MCB zegt de rente voor een persoonlijke hypotheeklening  ‘niet eenduidig te kun­nen geven’; het varieert aan de hand van eigen inbreng, de waarde van het onderpand, het inkomen en het totaalbedrag van de lening, maar ligt meestal tussen iets onder de 6 procent tot en met 8 procent (annuitair). SFT Bank zit daar niet ver vanaf met 5,5 tot 6 procent. Orco Bank hanteert ‘maxirnaal’ 7 procent. En Girobank ‘vanaf 5,75 procent.

Bedrijfsleningen

De rente voor bedrijfsleningen (ten behoeve van investeringen) ligt hoger en kan ook sterk variëren. Girobank bijvoorbeeld geeft aan dat de ‘range’ van 6 tot 9 procent bedraagt. RBC geeft geen eenduidig antwoord en zegt dat rentetarieven voor be­drijfsleningen afhankelijk zijn van een aantal factoren en de due diligence per klant (‘risico beoordeling’), maar zo stelt de bank: „RBC is competitief ook in dit opzicht.” SFT geeft evenzo geen direct antwoord: ,,Is afhankelijk van risicoprofiel.” Orco Bank hanteert 7 tot 8 procent. MCB zegt over bedrijfsleningen en andere zakelijke kredieten dat het ‘niet eenduidig is te zeg­gen’ welk rentepercentage in re­kening wordt gebracht: ,,Hangt af van de risico’s, maar varieert van 5,5 procent tot en met 8 procent (annuitair)? Banco di Caribe rekent met 6 tot 8 procent En CIBC FirstCaribbean met 7 procent.

Overbruggingskrediet

Ten aanzien van overbruggings­krediet of een ‘credit line’ voor bedrijven geldt in veel gevallen dezelfde rente als bij bedrijfsle­ningen, maar toch zijn er soms kleine verschillen FirstCaribbe­an vraagt daarvoor 7 procent. Bij Banco di Caribe kan het varieren van 6 tot 10 procent. Ook MCB geeft aan dat de rentepercenta­ges voor bedrijfsleningen en – kredieten verder naar boven en beneden kunnen variëren dan 5,5 en 8 procent; maar genoemde range is wel ‘waarbinnen mo­menteel de meeste leningen worden verstrekt’. Ook nu noemt SFT Bank geen concrete percentages, maar wordt her­haald dat de hoogte afhankelijk is van het risicoprofiel. En RBC Royal Bank geeft eveneens geen concrete cijfers. Orco hanteert net als bij de bedrijfsleningen 7 tot 8 procent. En Girobank biedt ondernemingen krediet voor een prijs van 7 tot 9 procent.

Bovenstaande percentages zijn – het kan volgens de ban­kiers niet vaak genoeg worden benadrukt – ‘indicatieve rates’ en gelden in de meeste gevallen al­leen voor onshore (retail) busin­ess. Het is allemaal afhankelijk van het risico, het eigen vermo­gen als zekerheid en de projec­ties ten aanzien van de cashflow. Maar er speelt vaak nog veel meer mee.

De grootste bank, MCB, gaat er bij monde van directeur Mi­chael de Sola het meest gedetail­leerd op in: „Ik wil beginnen met aan te geven dat renteper­centages een weergave zijn van (gepercipieerde) risico’s. Daardoor is het niet mogelijk om eenduidige belening percentages aan te geven (omdat ie­dere lening min of meer uniek is), maar wel een marge waar­binnen die rentes op dit mo­ment gewoonlijk bewegen.”

In gevallen van bedrijven/ commercieel, hebben de risico’s van gelduitlening te maken met allerlei zaken die een bank ana­lyseert, waaronder het manage­ment van het bedrijf, de ‘track record’, de terugbetaalcapaciteit (‘free cashflow’), alternatieve be­taalbronnen, zekerheden/onder­pand, termijn van de lening, etc. De Sola: ,,Om dit te analyseren worden balans en resultatenre­keningen bekeken, business­plannen en cliënten geïnterviewd. In gevallen van individu­en/particulieren kijken banken naar het inkomen, maandelijkse (vaste) lasten, andere schulden, het aantal jaren in dienst, onderpand, track record, etc.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

Jaarverslag 2013 ; - jaarverslag 2014
Jaarverslag 2013 ; - jaarverslag 2014
Vacatures Unkobon (Vrijwilligers)
• Directie secretaresse • Coördinator onderzoek • Netwerkbeheerder (1x per maand 3 uur) • Websitebeheerder (1x per week 1 uur) Stuur uw sollicitatie naar secretariaat@consumentenbonaire.com